ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0102
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1996 wegens bestemmingswijzigingswinst en niet-aftrekbare lijfrentepremies
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 1996 waarbij de inspecteur een belastbaar inkomen van ƒ 285.009 had vastgesteld, onder meer door een bijtelling van ƒ 60.000 aan bestemmingswijzigingswinst en het niet in aftrek toelaten van ƒ 70.620 aan lijfrentepremies. Het geschil betrof de waarde van onroerende zaken die van het ondernemingsvermogen naar het privévermogen waren overgebracht en de aftrekbaarheid van lijfrentepremies.
Het hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde van de onroerende zaken lager was dan door de inspecteur vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat de lijfrentepolis op naam van de echtgenote stond en dat belanghebbende onvoldoende had bewezen dat hij de verzekeringnemer was, waardoor de premies niet aftrekbaar waren.
Belanghebbende en zijn gemachtigde waren niet verschenen bij de zitting, ondanks correcte oproeping. Het hof verwierp het beroep en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd schriftelijk vastgesteld en het beroep in cassatie werd toegelaten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 1996 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.