ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0773
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek buitengewone lasten voor ondersteuning familie in verschillende huishoudens
Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting over 1997 een bedrag van ƒ 12.076 als buitengewone lasten opgevoerd voor levensonderhoud van acht familieleden in het buitenland, verdeeld over twee huishoudens. De inspecteur heeft de aftrekpost beperkt tot ƒ 3.069 wegens onvoldoende bewijs van betalingen aan alle familieleden.
Belanghebbende stelt dat hij als oudste zoon de plicht heeft deze familieleden financieel te ondersteunen en dat het onredelijk is om afzonderlijk bewijs van betalingen aan elk familielid te eisen, mede omdat sommige familieleden gezamenlijk een huishouden voeren en de betalingen onderling verdelen.
Het hof oordeelt dat bewijs van betalingen redelijkerwijs controleerbaar moet zijn, maar dat niet altijd van belanghebbende kan worden verlangd om afzonderlijk bewijs voor elk familielid te leveren. In dit geval moet hij echter wel schriftelijk bewijs leveren van betalingen aan ten minste één lid van elk huishouden. Aangezien dat bewijs ontbreekt voor de zussen, broer en moeder, wordt de aftrek beperkt tot het bedrag dat de inspecteur heeft toegestaan. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit bedrag te laag is.
Het hof verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt geen partij in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aftrek van buitengewone lasten wordt beperkt tot het door de inspecteur toegestane bedrag.