ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0996
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Onnes
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Borgstellingsprovisie aan directeur-aandeelhouder belast als inkomen uit vermogen
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een B.V. die onroerende zaken exploiteert, ontving in 1996 een borgstellingsprovisie van ƒ 200.000 voor het zich borg stellen voor hypothecaire leningen van de vennootschap. Het geschil betrof de vraag of deze provisie als een zakelijke vergoeding of als winstuitdeling moest worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat de provisie achteraf was toegekend en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat deze vergoeding zakelijk was. De gunstige vermogenspositie van de B.V. vanaf 1990 maakte het niet noodzakelijk dat belanghebbende zich borg stelde voor de leningen. De borgstelling werd vooral geëist vanwege andere motieven van de banken.
De borgstellingsprovisie werd daarom als bevoordeling van belanghebbende aangemerkt en moest worden gerekend tot de belastbare inkomsten uit vermogen. De ontbindende voorwaarde in de overeenkomst had geen beletsel om dit oordeel te geven. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de borgstellingsprovisie van ƒ 200.000 wordt belast als inkomen uit vermogen.