ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1343
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Verspyck Mijnssen
- Wiewel
- De Winter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zaak valsheid in geschrift met matiging van straf
In deze strafzaak is verdachte in hoger beroep gesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 oktober 2000. Het hof oordeelt dat de rechtbank bevoegd was de zaak te behandelen, ondanks betwisting door de verdediging. De verdediging stelde niet-ontvankelijkheid in verband met schending van het gelijkheidsbeginsel en de redelijke termijn, maar deze verweren werden verworpen.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opdracht heeft gegeven tot het valselijk opmaken van administratieve documenten van SNS Bank, met als doel het verbergen van niet-toegestane provisiebetalingen in het kader van een aandelenherplaatsing. Verdachte heeft hiermee de integriteit van financiële instellingen geschaad.
De feiten zijn strafbaar en verdachte is strafbaar. Gezien zijn eerdere onbestrafte staat, de ondergeschikte rol, de erkenning van schuld, het verstreken tijdsverloop en de maatschappelijke en financiële gevolgen voor verdachte, matigt het hof de straf tot een voorwaardelijke geldboete van 5.000 gulden met een proeftijd van twee jaar. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het hof spreekt verdachte vrij van het primair meer of anders ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 5.000 gulden met een proeftijd van twee jaar.