ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1376
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- mr. Bijl
- mr. Boersma
- mr. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navordering en zelfstandigenaftrek bij kapsalonhouder met urencriterium
Belanghebbende, een kapsalonhouder die sinds 1976 een eenmanszaak drijft, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen over de jaren 1997 en 1998. De inspecteur stelde dat belanghebbende niet voldeed aan het urencriterium van 1225 uren per jaar voor de zelfstandigenaftrek, mede gebaseerd op een boekenonderzoek dat na de primitieve aanslag werd ingesteld.
Het geschil betrof eerst of er sprake was van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde voor 1997, en vervolgens of belanghebbende in 1997 en 1998 recht had op zelfstandigenaftrek. Het Hof oordeelde dat de inspecteur niet verplicht was voorafgaand aan de primitieve aanslag onderzoek te doen, omdat de aangiften geen aanleiding tot twijfel gaven. Het boekenonderzoek leverde een nieuw feit op, namelijk het aantal klantafspraken, dat de inspecteur niet eerder kende.
Met betrekking tot het urencriterium stelde belanghebbende dat hij de uren waarop de kapsalon geopend was, feitelijk aan zijn onderneming besteedde. Het Hof verwierp dit, omdat het aantal directe werkuren, berekend aan de hand van het aantal klanten en een gemiddelde behandeltijd van 45 minuten, plus schoonmaakuren, niet voldeed aan de 1225-urennorm. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door mr. Bijl, voorzitter, en mr. Boersma en mr. Vrouwenvelder, leden van de belastingkamer, op 19 april 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslagen over 1997 en 1998 wordt ongegrond verklaard.