ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1635
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Schendel
- Coeterier
- Arisz
- Rechtspraak.nl
Onredelijkheid van concurrentie- en relatiebedingen in detacheringsarbeid na zes maanden
Van Damme trad in november 1999 in dienst bij Eiffel als financieel medewerker met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarin een concurrentiebeding was opgenomen dat haar verbood binnen een jaar na beëindiging bij een concurrerend bedrijf te werken. Van Damme werd vanaf januari 2000 gedetacheerd bij Spaarbeleg, waar zij uiteindelijk in dienst wilde treden. Eiffel verzette zich hiertegen en stelde boetes in het vooruitzicht.
De president van de rechtbank wees de vorderingen van Van Damme en Spaarbeleg af, maar het hof vernietigt dit vonnis. Het hof oordeelt dat de arbeidsovereenkomst feitelijk een uitzendovereenkomst is en dat het concurrentiebeding en het relatiebeding in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend zijn na een periode van zes maanden, mede gelet op de belangen van vrije arbeidskeuze en investeringen van Eiffel.
Het hof verbiedt Eiffel om Van Damme en Spaarbeleg na 1 april 2001 aan deze bedingen te houden en wijst de overige vorderingen af. Tevens veroordeelt het hof Eiffel in de kosten van het geding. De uitspraak bevestigt dat detacherings- en uitzendovereenkomsten beperkingen in arbeidskeuze slechts beperkt mogen zijn en dat redelijkheid en billijkheid een belangrijke toets vormen.
Uitkomst: Het hof verbiedt Eiffel om Van Damme en Spaarbeleg na 1 april 2001 aan de bedingen te houden en wijst de overige vorderingen af.