ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1740
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Schaap
- J. Onnes
- H. Van Loon
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt objectieve rechtvaardiging voor ongelijke WOZ-waardering bij waterschapsbelastingen
Belanghebbende, eigenaar van een onroerende zaak te Z, maakte bezwaar tegen aanslagen waterschapsbelastingen die waren berekend op basis van een WOZ-waardepeildatum van 1 januari 1995, terwijl andere belastingplichtigen binnen hetzelfde waterschap aanslagen kregen op basis van een eerdere waardepeildatum. Hij stelde dat deze ongelijke behandeling zonder objectieve rechtvaardiging was en daarmee in strijd met het discriminatieverbod volgens artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro.
Het Hof stelde vast dat de situaties als gelijke gevallen moeten worden beschouwd, maar oordeelde dat de ongelijke behandeling objectief en redelijk gerechtvaardigd is. De rechtvaardiging ligt in de uitvoerbaarheid van de regelgeving, het verschil in waardebepaling tussen woningen en niet-woningen, en het feit dat de regeling van wetsfictiegemeenten slechts voor een beperkte periode geldt. Ook het financiële belang van de ongelijke behandeling werd als gering beoordeeld.
Verder verwierp het Hof het beroep op de meerderheidsregel en de stelling dat waterschappen omslagklassen hadden moeten vaststellen om de verschillen in waardepeildata te corrigeren. Het beroep werd ongegrond verklaard. Wel werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende teruggegeven omdat de motivering van de uitspraak pas na het instellen van het beroep werd verstrekt.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven ongewijzigd.