ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1853
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Smit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor niet tijdig indienen vennootschapsbelastingaangifte 1998
Belanghebbende, opgericht in 1995, diende de vennootschapsbelastingaangifte over 1998 niet binnen de gestelde termijn in, ondanks meerdere uitsteltermijnen en aanmaningen. De inspecteur legde daarom een boete van ƒ 1.250 op, passend binnen het Besluit Bestuurlijke Boete Belastingdienst (BBBB) 1998, zoals gewijzigd in 1999.
Belanghebbende betwistte de hoogte van de boete en stelde dat deze op basis van een percentage van de aanslag had moeten worden berekend en dat matiging op zijn plaats was vanwege geringe termijnoverschrijdingen. Het hof oordeelde echter dat de boete terecht was opgelegd volgens de tekst van het BBBB 2000, die het aantal verzuimen centraal stelt en dat de boete niet in wanverhouding staat tot het verzuim.
Het hof wees ook het argument af dat de boete zou leiden tot een negatieve aanslag, omdat de kosten niet aftrekbaar zijn bij de winstbepaling. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Er werden geen proceskosten aan de inspecteur toegekend.
Uitkomst: Het hof bevestigt de boete van ƒ 1.250 wegens het niet tijdig indienen van de vennootschapsbelastingaangifte 1998.