ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1854
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Bijl
- M. Vrouwenvelder
- J. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van schadevergoeding wegens gedeeltelijke staking onderneming na bestemmingsplanwijziging
Belanghebbende exploiteerde een onderneming met een benzinepomp aan een doorgaande route die door een nieuw bestemmingsplan werd omgelegd, waardoor zijn bedrijf niet langer aan deze route lag. Dit leidde tot een te verwachten omzetderving en duurzame inkrimping van zijn onderneming. Belanghebbende vroeg daarom een schadevergoeding aan op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
De gemeente kende een schadevergoeding toe, maar belanghebbende betwistte de hoogte en de fiscale behandeling ervan. Het geschil betrof of de vergoeding moest worden aangemerkt als stakingswinst waarop de stakingsvrijstelling en het bijzondere tarief van toepassing zijn.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende voorafgaand aan de duurzame inkrimping op zakelijke gronden het tankstationgedeelte van zijn onderneming had gestaakt, mede ingegeven door een overeenkomst met de stichting SUBAT vanwege bodemvervuiling. Ondanks dat de planologische wijziging niet direct tot sluiting verplichtte, was er een causaal verband tussen de staking en de toegekende schadevergoeding.
Het Hof oordeelde dat de vergoeding verband hield met het gedeeltelijk staken van de onderneming en paste de stakingsvrijstelling toe, waardoor het belastbaar inkomen werd verlaagd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en de aanslag verminderd.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ¦ 232.528 met toepassing van de stakingsvrijstelling.