ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2040
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Vrouwenvelder
- Rijkels
- Rechtspraak.nl
Anti-cumulatieregeling niet van toepassing bij niet-gehelejaar binnenlandse belastingplicht
Belanghebbende, die tot augustus 1996 in Zwitserland woonde en pas vanaf 15 april 1997 als binnenlands belastingplichtige werd aangemerkt, verzocht om toepassing van de anti-cumulatieregeling van artikel 14, vijfde lid, Wet VB voor de aanslag vermogensbelasting 1998. Deze regeling is bedoeld voor belastingplichtigen die het gehele voorafgaande kalenderjaar binnenlands belastingplichtig waren. Het Hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op 1 januari 1997 het duurzame middelpunt van zijn levensbelangen in Nederland had, mede gezien zijn verblijf in Frankrijk tot april 1997 en eerdere langdurige woonplaats in Zwitserland.
De inspecteur wees het verzoek af omdat belanghebbende niet het gehele jaar binnenlands belastingplichtig was. Het Hof bevestigde dit en oordeelde dat de anti-cumulatieregeling niet van toepassing is in dit geval. Tevens stelde het Hof dat er geen sprake was van verboden discriminatie op grond van artikel 26 van Pro het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, omdat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor de regeling, mede vanwege controlebeperkingen op inkomen genoten buiten Nederland.
Het Hof benadrukte dat eventuele veranderingen in communicatiemogelijkheden en gegevensuitwisseling binnen de EU geen grond vormen voor het wijzigen van de regeling, maar dat dit aan de wetgever is. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en hij werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat hij niet het gehele voorafgaande jaar binnenlands belastingplichtig was en de anti-cumulatieregeling daarom niet van toepassing is.