ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2162
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens buitengewone lasten voor levensonderhoud dochter en schoonzoon in het buitenland
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 1997, waarbij hij betalingen aan zijn dochter en schoonzoon in het buitenland opvoerde als buitengewone lasten ter voorziening in hun levensonderhoud. De dochter en schoonzoon woonden in een ander land met een netto besteedbaar inkomen dat volgens het hof voldoende was voor een redelijk bestaan.
Het hof oordeelde dat betalingen via creditcardopnames, een storting van $5.100 en medische kosten in Nederland niet noodzakelijk waren voor het levensonderhoud van de dochter en schoonzoon. Wel werd de premie voor een ziektekostenverzekering, die belanghebbende voortzette vanuit het verleden, als noodzakelijk en aanvaardbaar erkend.
Op basis hiervan werd het belastbaar inkomen van belanghebbende verlaagd, de aanslag verminderd en de proceskosten deels aan de inspecteur opgelegd. De uitspraak verving de mondelinge uitspraak van het hof van 21 juli 2000.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 67.779 met vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.