ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2396
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Bindendheid afspraken over activering zelf voortgebrachte veevoeders in belastingaanslag
Belanghebbende, een agrariër met een bedrijf van ruim 35 hectare, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1998 waarin de inspecteur de voorraad zelf voortgebrachte veevoeders op de balans had geactiveerd. De inspecteur baseerde deze correctie op afspraken gemaakt tijdens een overleg op 18 juni 1998 tussen zijn gemachtigde en de inspecteur, waarin werd bepaald dat agrariërs met 25 hectare of meer hun voorraad veevoeders moeten activeren.
Belanghebbende betwistte dat hij aan deze afspraken gebonden was, omdat zijn gemachtigde deze niet namens hem had gemaakt. Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gemachtigde namens belanghebbende had gehandeld, zodat er geen bindende vaststellingsovereenkomst bestond.
Desondanks stelde het hof vast dat goed koopmansgebruik vereist dat de voorraad veevoeders op de balans wordt opgenomen. De waardering volgens de forfaitaire normen uit de Landelijke landbouwnormen 1998 werd door het hof gevolgd, omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat lagere marktprijzen van toepassing waren.
Het hof bepaalde een redelijke overgangsregeling voor de waardesprong, waarbij voor 1998 50% van de waarde werd gehanteerd en vanaf 1999 100%. Het belastbaar inkomen werd dienovereenkomstig aangepast. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag en oordeelt dat belanghebbende niet gebonden is aan de afspraken van zijn gemachtigde met de inspecteur, maar bevestigt de activering van de voorraad volgens goed koopmansgebruik.