ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2469
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt waardebepaling woning voor huurwaarde eigen woning en oordeelt over gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1997, waarbij de huurwaarde van zijn eigen woning werd vastgesteld op basis van een waarde die hij te hoog vond. Het geschil betrof de juiste waarde van de woning voor de huurwaardeberekening en de toepassing van het gelijkheidsbeginsel.
Het Hof stelde vast dat de WOZ-waarde van de woning per 1 januari 1992 was vastgesteld op ƒ 275.000 en dat met een ophogingspercentage van 30% de waarde voor 1997 op ƒ 357.000 zou uitkomen. De inspecteur hanteerde een lagere waarde van ƒ 345.000, gebaseerd op een taxatierapport van 1999. Belanghebbende stelde dat de waarde lager moest zijn, onder meer op grond van een taxatierapport uit 1994 en het gelijkheidsbeginsel.
Het Hof oordeelde dat de waarde van de woning in goede justitie kon worden vastgesteld op het gemiddelde van de twee taxatierapporten (ƒ 327.000), wat resulteerde in een lagere huurwaarde en een vermindering van het belastbaar inkomen met ƒ 225. Tevens werd geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden, omdat de inspecteur de meerderheid van vergelijkbare gevallen niet begunstigend had behandeld. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de inspecteur veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 117.622 en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten.