ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2556
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schaap
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens niet bestaand tijdig afgesloten lijfrenteverzekering
Belanghebbende had in 1990 via een tussenpersoon een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule afgesloten, waarbij de verzekeraar een aanvraagformulier ontving met een stempel van 22 oktober 1990 en een polisdatum van 29 oktober 1990, maar met een ingangsdatum van 1 oktober 1990. De Belastingdienst stelde dat de verzekering niet tijdig was afgesloten en legde een navorderingsaanslag en een boete op wegens onjuiste aftrek van lijfrentepremies.
Het hof oordeelt dat een verzekeringsovereenkomst pas tot stand komt wanneer het aanvraagformulier de verzekeraar bereikt, en acht het niet aannemelijk dat dit vóór 16 oktober 1990 is gebeurd. De tussenpersoon had bewust de indruk gewekt dat de overeenkomst vóór die datum bestond. De navorderingsaanslag is daarom terecht opgelegd.
De inspecteur hoefde niet te onderzoeken of de verzekeringsovereenkomst tijdig bestond bij de oorspronkelijke aanslag, en het beleid van de Belastingdienst om onder voorwaarden polissen met terugwerkende kracht aan te passen, is hier niet van toepassing omdat de aanvraag niet door belanghebbende is ondertekend.
De boete wordt vernietigd omdat belanghebbende, als niet-deskundige, mocht vertrouwen op de tussenpersoon en diens kennis niet aan hem kan worden toegerekend. Het hof veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en vermindert de navorderingsaanslag tot het correcte belastbare inkomen zonder boete.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt bevestigd zonder boete, die wordt vernietigd wegens gebrek aan opzet of grove schuld.