ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2712
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Den Boer
- Faase
- Brouwer
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt naheffingsaanslag loonbelasting wegens afstand directeuren van uitgestelde salarisvordering
Belanghebbende, een besloten vennootschap met drie directeuren/aandeelhouders, had in 1993 afgesproken dat het loon over de periode 1992-1993 pas in 1998 zou worden betaald. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op omdat hij meende dat het loon op 30 juni 1998 vorderbaar en inbaar was.
De directeuren verklaarden echter in april 2001 dat zij in november 1996 mondeling waren overeengekomen afstand te doen van hun rechten op het uitgestelde salaris (RUS), mede vanwege de financiële situatie van de vennootschap. Het hof acht deze verklaring geloofwaardig en neemt mee dat de jaarstukken met de vrijval van de voorziening vóór 30 juni 1998 zijn gedeponeerd.
Het hof concludeert dat de loonvordering in november 1996 is prijsgegeven en dat de naheffingsaanslag onterecht is opgelegd. Tevens veroordeelt het hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van feitelijke afspraken en de juiste timing van het genietingsmoment voor loonheffing.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt vernietigd omdat de directeuren in 1996 afstand deden van hun uitgestelde salarisvordering.