ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2756
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Couperus
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van ziektekostenpremies en levensonderhoudsuitgaven voor familielid zonder verblijfsvergunning
Belanghebbende maakte aanspraak op aftrek van uitgaven voor het levensonderhoud van haar zus, die bij haar woonde en arbeidsongeschikt was. De inspecteur weigerde aftrek van verstrekkingen in natura en van ziektekostenpremies, maar deed een toezegging om de premies en eigen risico toe te laten als buitengewone last mits betalingsbewijzen werden overlegd.
Belanghebbende kon deze betalingsbewijzen overleggen, maar de inspecteur wilde niet aan zijn toezegging gebonden zijn vanwege cassatie door de Hoge Raad van de hofuitspraak waarop de toezegging was gebaseerd. Het hof oordeelde dat de inspecteur aan zijn toezegging gebonden bleef omdat belanghebbende aan de enige voorwaarde had voldaan en de toezegging niet onredelijk was.
De uitgaven voor levensonderhoud in natura, zoals huisvesting en voeding, werden niet als aftrekbare buitengewone lasten erkend omdat deze niet in geld waren gedaan. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur en stelde het belastbaar inkomen lager vast.
Het hof veroordeelde de inspecteur tevens in de proceskosten en wees de Staat aan deze aan belanghebbende te voldoen. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag door aftrek van de ziektekostenpremies en eigen risico als buitengewone last toe te staan.