ECLI:NL:GHAMS:2001:AB8122
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling absorptie loon uit dienstbetrekking door winst uit onderneming bij ondernemer-werknemer
Belanghebbende is zowel ondernemer als werknemer en heeft in 1998 inkomsten genoten uit een arbeidsovereenkomst en uit een vennootschap onder firma (VOF). Hij stelde dat zijn loon uit de dienstbetrekking tot de winst uit onderneming moest worden gerekend vanwege nauwe samenhang tussen de werkzaamheden.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn inkomsten uit de dienstbetrekking slechts mogelijk waren door gebruik van zijn ondernemerskwaliteiten. De werkzaamheden in dienstbetrekking en die van de VOF liepen slechts in geringe mate overeen en de dienstbetrekking stelde hem juist in staat de voordelen uit de onderneming te behalen.
Daarnaast werd de zelfstandigenaftrek afgewezen omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat hij het vereiste aantal uren aan de onderneming had besteed. De beroepskosten werden verminderd met een ontvangen onkostenvergoeding. Het Hof vernietigde de aanslag en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 35.681, veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en gelastte vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 35.681 en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.