ECLI:NL:GHAMS:2001:AC2564
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Goes
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt binnenlandse belastingplicht ondanks betwisting woonplaats na detentie
Belanghebbende stelde dat hij na langdurige detentie in 1992 Nederland metterwoon had verlaten, maar het Hof vond deze stelling onvoldoende aannemelijk. De inspecteur stelde dat belanghebbende in Nederland was blijven wonen en paste de omkering van de bewijslast toe omdat het aangiftebiljet niet was ingevuld en geretourneerd.
Het Hof baseerde zich op diverse verklaringen, observaties, telefoontaps en een strafrechtelijk rapport waaruit bleek dat belanghebbende in de jaren 1993 tot en met 1997 sociale, relationele en economische banden met Nederland had. Zo woonde hij op het adres a-straat te Q, was directeur van een bedrijf in Q en betrokken bij criminele activiteiten in Nederland.
Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd van een duurzame verblijfplaats in het buitenland en geen onjuistheid van de aanslag aangetoond. Het Hof verwierp het verzoek tot aanhouding van de zaak voor compromisbesprekingen en wees het beroep af. De aanslag en boete werden gehandhaafd.
De uitspraak werd gedaan door mr. Dutmer, voorzitter, en leden Van der Ouderaa en Goes op 3 april 2001. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de aanslag inkomstenbelasting en boete wegens niet doen van aangifte.