ECLI:NL:GHAMS:2001:AC2731
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdigheid bezwaar tegen inhouding loonbelasting en premie volksverzekeringen
Belanghebbende was van 1 januari tot 31 december 1998 in dienst bij Stichting A en trad op 1 april 1999 in dienst bij C. De inspecteur wees de toepassing van de 35%-regeling af voor de dienstbetrekking bij C. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de inhouding van loonbelasting en premie volksverzekeringen over april 1999 tot maart 2000, waarbij het bezwaar over april 1999 tot februari 2000 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening.
Het Hof stelt dat ook bezwaar tegen inhoudingen binnen zes weken moet worden ingediend conform artikel 6:7 Awb Pro. Aangezien de laatste inhouding op 25 februari 2000 plaatsvond, had het bezwaar uiterlijk 7 april 2000 ingediend moeten zijn. Het bezwaar werd pas op 18 april 2000 ontvangen, waardoor het niet-ontvankelijk is.
Belanghebbende voerde aan dat de termijn niet gold omdat de aanvraag voor de 35%-regeling nog niet was afgewezen, maar het Hof oordeelt dat belanghebbende redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met de afwijzing en tijdig bezwaar had kunnen maken. Tevens oordeelt het Hof dat de niet-ontvankelijkverklaring geen schending van artikel 6 EVRM Pro oplevert omdat belastinginhoudingen niet onder dit artikel vallen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de inspecteur wordt niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het bezwaar tegen inhouding loonbelasting over april 1999 tot februari 2000 is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.