ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3504

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 mei 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00/02831
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M. van der Ouderaa
  • J. Couperus
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wielklemverwijdering en tijdige betaling naheffingsaanslag parkeerbelasting

In deze zaak gaat het om de verwijdering van een wielklem die aan de auto van belanghebbende was aangebracht in verband met een naheffingsaanslag voor parkeerbelasting. De belanghebbende wilde de wielklem laten verwijderen door gebruik te maken van het Pay & Go-systeem, waarbij hij ter plaatse de naheffingsaanslag en de kosten van de wielklem kon voldoen. De belanghebbende heeft verklaard dat hij pas na bijna een uur contact kon krijgen met de afdeling Pay & Go, waarna de wielklem ongeveer 50 minuten later werd verwijderd. Het Hof oordeelt dat de termijn voor het verwijderen van de wielklem pas begint te lopen op het moment dat de belanghebbende daadwerkelijk contact heeft met de afdeling Pay & Go en aanbiedt te betalen. Dit gebeurde om 10.40 uur, en de wielklem werd om 11.30 uur verwijderd. Het Hof concludeert dat het verwijderen van de wielklem binnen één uur na de telefonische melding aanvaardbaar is, en dat de verwijdering niet in strijd is met artikel 235, vierde lid, van de Gemeentewet, dat bepaalt dat de verwijdering zo spoedig mogelijk na betaling moet plaatsvinden. De belanghebbende had zich beklaagd over de telefonische onbereikbaarheid van de afdeling Pay & Go, maar het Hof oordeelt dat er geen reden is om aan te nemen dat er sprake was van onbereikbaarheid, gezien de tijdsregistratie die door de verweerder was overgelegd. Het beroep van de belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
Derde Enkelvoudige Belastingkamer
PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,
tegen
een uitspraak van de Directeur van de dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam, hierna verweerder, gedagtekend 18 juli 2000, betreffende de naheffingsaanslag in de parkeerbelasting met nummer 752876.
Het beroep is behandeld ter zitting van 8 mei 2001.
Beslissing
Het Hof verklaart het beroep ongegrond.
Gronden
1. Belanghebbende heeft op 14 april 2000 zijn voertuig met kenteken AA-BB-11 omstreeks 9.35 uur gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan op een parkeerplaats aan de c-straat zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Ter zake van dit feit is de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd en een wielklem aan de auto aangebracht. Om zo spoedig mogelijk de wielklem te doen verwijderen wilde belanghebbende gebruikmaken van het zogenoemde Pay & Go-systeem. Het Pay & Go-systeem houdt onder meer in dat op verzoek van belanghebbende ter plaatse de naheffingsaanslag en de kosten van het aanbrengen en verwijderen van de wielklem kunnen worden voldaan waarna de wielklem wordt verwijderd. Belanghebbende heeft verklaard dat hij vanaf circa 9.45 uur geprobeerd heeft telefonisch contact op te nemen met de afdeling Pay & Go doch dat hij ondanks herhaaldelijke pogingen eerst om circa 10.40 uur erin slaagde deze afdeling te bereiken. Om 11.30 uur is de wielklem verwijderd.
2. Belanghebbende heeft zich schriftelijk beklaagd over de telefonische onbereikbaarheid van de afdeling Pay & Go en verweerder verzocht de zaak in heroverweging te nemen omdat de wielklem niet binnen één uur verwijderd was. Verweerder heeft dit verzoek als een bezwaarschrift aangemerkt en in zijn uitspraak op het bezwaarschrift gesteld dat er geen reden bestaat tot herziening van het besluit omdat de wielklem binnen een uur na de telefonische melding verwijderd was. Ter zitting heeft verweerder een schriftelijke lijst overgelegd waarop de tijdsregistratie van telefonische meldingen bij de afdeling Pay & Go is vastgelegd. Verweerder heeft gesteld dat deze lijst gezien het tijdsverloop dat is gelegen tussen de telefonische meldingen rond en met name voor het tijdstip van de melding van belanghebbende geen aanleiding geeft te veronderstellen dat sprake is geweest van telefonische onbereikbaarheid.
3. Ingevolge artikel 235, vierde lid, Gemeentewet wordt een wielklem niet verwijderd dan nadat de naheffingsaanslag alsmede de kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem zijn voldaan en dient de verwijdering van de wielklem na deze voldoening zo spoedig mogelijk plaats te hebben.
4. Naar het oordeel van het Hof is in het onderhavige geval de termijn voor het verwijderen van de wielklem niet eerder aangevangen dan op het tijdstip waarop belanghebbende contact krijgt met de afdeling Pay & Go en aanbiedt de naheffingsaanslag en de kosten van de wielklem te betalen. Deze telefonische melding heeft volgens het door verweerder overgelegde overzicht en naar door belanghebbende niet is bestreden, plaatsgehad om 10.40 uur.
5. Het Hof is van oordeel dat het verwijderen van de wielklem binnen één uur na de telefonische melding aanvaardbaar is. Uit het door verweerder overgelegde overzicht en de daarbij ter zitting verstrekte toelichting is gebleken dat de wielklem om 11.30 uur is verwijderd. De omstandigheid dat belanghebbende beweert geruime tijd geen gehoor te hebben gevonden bij de afdeling Pay & Go, noch de omstandigheid dat, zoals eveneens blijkt uit evenbedoeld overzicht, het bijna een half uur heeft geduurd voordat de onder 4 bedoelde melding verder binnen de afdeling werd doorgegeven, beschouwt het Hof als omstandigheden die in het onderhavige geval maken dat de wielklem niet is verwijderd binnen de termijn die is bedoeld in artikel 235, vierde lid, van de Gemeentewet.
Proceskosten
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van een partij in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan op 22 mei 2001 door mr. Van der Ouderaa, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Couperus als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal door het lid van de belastingkamer en de griffier ondertekend.
Het lid van de belastingkamer heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt U van de griffier een nota griffierecht.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het Gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.