ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3583
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep alleenstaande ouderaftrek wegens onvoldoende onderhoud thuiswonende dochter
Belanghebbende voerde aan recht te hebben op de alleenstaande ouderaftrek omdat zij haar thuiswonende dochter in belangrijke mate heeft onderhouden. De inspecteur stelde dat de dochter voldoende eigen inkomsten had om in haar levensonderhoud te voorzien en paste daarom tariefgroep 2 toe in plaats van tariefgroep 4.
Het hof oordeelde dat de door belanghebbende gedane uitgaven slechts als levensonderhoud kunnen worden aangemerkt voor zover zij daadwerkelijk in een bestaande behoefte voorzagen. De inkomens- en vermogenspositie van de ouders speelt hierbij slechts een ondergeschikte rol, aangezien de dochter als student een zelfstandige positie heeft.
Gezien het standaard studiebudget en de eigen inkomsten van de dochter kon niet worden gezegd dat zij onvoldoende middelen had om een normaal studentenbestaan te leiden. Eventuele extra bijdragen van de ouder betroffen een ruimere levensstijl en konden niet leiden tot belastingvermindering.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat de dochter voldoende eigen middelen had voor haar levensonderhoud.