ECLI:NL:GHAMS:2001:AD4821
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Faase
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing nominale premie Ziekenfondswet bij ziektekostenverzekering directeur
A en zijn echtgenote zijn in loondienst bij X B.V., waarbij A directeur is. In hun arbeidsovereenkomst is geregeld dat X B.V. een ziektekostenverzekering afsluit voor A en zijn gezin, waarbij A een vaste en een variabele premie verschuldigd is. De vraag was of artikel 10, vierde lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 van toepassing is, dat bepaalt dat aanspraken onder een ziektekostenregeling niet hoger worden gesteld dan de nominale premie volgens de Ziekenfondswet (ZFW) indien de werknemersbijdrage daaraan gelijk is.
Het hof stelde vast dat de variabele premie van 5% van het loon gekoppeld is aan het premie-inkomen volgens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en niet aan het daadwerkelijk genoten loon. Hierdoor wijkt de totale premie die A verschuldigd is af van de nominale premie volgens de ZFW. Daarom voldoet de regeling niet aan de voorwaarden van artikel 10 lid 4 onderdeel Pro b UR LB 1990.
De inspecteur had een naheffingsaanslag opgelegd omdat het verschil tussen de door X B.V. betaalde premie en de door A betaalde premie als loon werd beschouwd. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag. Proceskosten werden niet toegewezen. Tegen deze uitspraak kan cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep van X B.V. wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonbelasting wordt bevestigd.