ECLI:NL:GHAMS:2001:AD4944
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Vrouwenvelder
- Holdert
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van bestemmingswijzigingswinst bij verkoop landbouwgrond met bouwplannen
Belanghebbende, een landbouwondernemer, verkocht in 1994 een perceel bouwland met de intentie dat koper daarop woningen zou bouwen. De koopovereenkomst bevatte een ontbindende voorwaarde voor het verkrijgen van bouwvergunningen, met meerdere verlengingen. Diverse stukken tonen aan dat er in 1993-1994 al behoefte was aan ontwikkelingen langs de A-weg en dat het gemeentebestuur bereid was mee te werken aan woningbouwplannen.
De inspecteur legde een aanslag op met een belastbaar inkomen van f 241.270,-, terwijl belanghebbende aangifte deed van f 29.079,-. Het geschil betrof de vraag of de winst uit de verkoop onder de landbouwvrijstelling viel, mede gelet op de kans op bestemmingswijziging binnen zes jaar.
Het hof achtte aannemelijk dat medio 1994 een redelijke kans bestond dat het perceel anders dan agrarisch zou worden gebruikt, ondanks dat de woningbouwplannen nog niet waren gerealiseerd. De latere verklaring van de gemeente dat medewerking niet mogelijk was, deed hieraan niet af. De winst werd vastgesteld op f 210.000,-, verminderd met een toevoeging aan de oudedagsreserve, resulterend in een belastbaar inkomen van f 221.078,-.
Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de inspecteur veroordeeld in proceskosten. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: De aanslag is verminderd tot een belastbaar inkomen van f 221.078,- wegens een redelijke kans op bestemmingswijziging binnen zes jaar.