ECLI:NL:GHAMS:2001:AD4951
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Onnes
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Belastingaanslag 1995: onvoldoende aangifte en vermindering aanslag zonder boete
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV, had voor het jaar 1995 een aangifte inkomstenbelasting ingediend met een negatief belastbaar inkomen. De inspecteur stelde het belastbaar inkomen ambtshalve vast op ¦ 100.000 en legde een boete op wegens het niet tijdig doen van aangifte. Belanghebbende voerde aan dat hij geen inkomsten uit arbeid had genoten en dat het inkomen te hoog was vastgesteld.
Tijdens het geding bleek dat belanghebbende geen volledige en juiste aangifte had gedaan en onvoldoende bewijs had geleverd voor de opgevoerde beroepskosten en kilometerkosten. De inspecteur stelde dat belanghebbende wel inkomsten uit arbeid en vermogen had genoten, die niet in de aangifte waren opgenomen. Het hof concludeerde dat de aangifte niet voldeed aan de wettelijke eisen en dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat de aanslag te hoog was.
Desondanks werd de boete kwijtgescholden omdat partijen het daarover eens waren. Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, verminderde de aanslag tot een bedrag zonder boete en veroordeelde de Staat in de proceskosten van belanghebbende. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 1995 wordt verminderd zonder boete, met veroordeling van de Staat in proceskosten.