ECLI:NL:GHAMS:2001:AD5071
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over voorschotten bijstandsuitkering pas in jaar definitieve toekenning
Belanghebbende had in 1996 en 1997 renteloze leningen ontvangen als voorschot op een bijstandsuitkering die pas in 1998 definitief werd toegekend. De inspecteur had deze voorschotten in 1998 bij het belastbaar inkomen geteld, wat belanghebbende betwistte. Het hof stelde vast dat de voorschotten inderdaad pas in 1998, het jaar van definitieve toekenning, als inkomen konden worden belast volgens artikel 33 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende had binnen de wettelijke termijn aangifte gedaan over 1998 en de aanslag was correct opgelegd. De inspecteur had het belastbaar inkomen gecorrigeerd en de aanslag aangepast naar tariefgroep 5. Het hof oordeelde dat de aanslag terecht was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
De procedure verliep zonder aanwezigheid van belanghebbende bij de mondelinge behandeling. Het hof benadrukte dat de voorschotten als leningen waren verstrekt en pas in het jaar van definitieve uitkering tot inkomen konden worden gerekend. De uitspraak bevestigt de fiscale behandeling van voorschotten bij bijstandsuitkeringen en de toepassing van artikel 64 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 1998 is terecht vastgesteld.