ECLI:NL:GHAMS:2001:AD5077
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Van Loon
- Rijkels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stakingswinst en ondernemingsvermogen onroerende zaak bij beëindiging transportbedrijf
Belanghebbende exploiteerde sinds 1956 een transportbedrijf en hield een pand aan als ondernemingsvermogen. Na beëindiging van de vervoersactiviteiten in 1997 hield hij het pand aan in afwachting van verkoop. De inspecteur stelde de waarde van het pand voor stakingswinst hoger vast dan belanghebbende had opgegeven.
Belanghebbende voerde aan dat het pand per 1 februari 1998 naar privé was overgegaan en dat sprake was van een vennootschap onder firma met zijn echtgenote, wat een extra stakingsfranchise zou rechtvaardigen. Het hof oordeelde dat het pand tot het moment van verkoop in augustus 1998 tot het ondernemingsvermogen behoorde en dat de waarde per 1 februari 1998 bepalend was. Daarnaast werd het bestaan van een vennootschap onder firma niet aannemelijk geacht.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur, en stelde de aanslag vast op een lager belastbaar inkomen van €113.133. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag inkomstenbelasting tot een belastbaar inkomen van €113.133 en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.