ECLI:NL:GHAMS:2001:AD7965
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Maanen
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woon-winkelpand na gegrond bezwaar
Belanghebbende diende tijdig een pro forma bezwaarschrift in tegen de WOZ-waarde van een woon-winkelpand, maar motiveerde dit pas na afloop van de gestelde termijn. Verweerder verklaarde het bezwaar daarop niet-ontvankelijk. Het hof oordeelde dat verweerder niet in redelijkheid tot deze niet-ontvankelijkverklaring kon besluiten, omdat het bezwaar nog gemotiveerd werd voordat de afdoening was gestart.
Inhoudelijk betrof het geschil de waardering van een pand bestaande uit een winkel met bovenwoning, waarbij de waarde moest worden vastgesteld op de prijspeildatum 1 januari 1995. De winkel en bovenwoning hebben een gemeenschappelijke ingang, wat de gebruiksmogelijkheden van de bovenwoning nadelig beïnvloedt.
Het hof stelde vast dat de jaarhuurwaarde van de winkel niet hoger was dan de feitelijk overeengekomen huur van ƒ 30.684, en dat de waarde van de bovenwoning, ondanks haar beperkte gebruiksmogelijkheden en eenvoudige staat, op ƒ 200.000 moest worden gesteld. De totale waarde van het pand werd vastgesteld op ƒ 491.500.
Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, verklaarde het bezwaar ontvankelijk, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het gestorte griffierecht en proceskosten van ƒ 710 aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof vermindert de WOZ-waarde van het woon-winkelpand tot ƒ 491.500 en verklaart het bezwaar ontvankelijk.