ECLI:NL:GHAMS:2001:AD8208
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schaap
- Van Loon
- Van Maanen
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing op woon- en bedrijfsruimte van partyschip als één belastingobject
Belanghebbende is eigenaar van een partyschip waarop zowel woon- als bedrijfsruimte aanwezig is. De gemeente Amsterdam legde een aanslag roerende-ruimtebelasting op, berekend op basis van een waarde van ƒ 219.000. Belanghebbende betwistte deze aanslag en voerde onder meer aan dat woon- en bedrijfsruimte afzonderlijk moesten worden belast en dat de waardebepaling onjuist was.
Het Hof oordeelt dat woon- en bedrijfsruimte op het schip bij elkaar behoren en als één belastingobject moeten worden aangemerkt, mede omdat de woonruimte zich niet leent voor gebruik door derden dan de exploitant van de bedrijfsruimte. Daarnaast wijst het Hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat de roerende-ruimtebelasting en liggeld verschillende belastingen zijn met verschillende rechtsgronden.
Verder stelt het Hof dat de waardebepaling, inclusief de toegevoegde bovenbouw, correct is toegepast volgens de Verordening roerende-ruimtebelastingen. Motiveringsgebreken in de uitspraak op bezwaar kunnen in de beroepsfase worden hersteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het betaalde griffierecht wordt teruggegeven aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag roerende-ruimtebelasting blijft in stand.