ECLI:NL:GHAMS:2001:AD8214
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Goes
- Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbeperking gemengde kosten bij gebroken boekjaar vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap opgericht op 29 maart 1996, voerde in haar vennootschapsbelastingaangifte over het boekjaar 29 maart 1996 tot en met 31 december 1997 een vast bedrag van ƒ 3.000 aan niet-aftrekbare gemengde kosten op. Dit bedrag correspondeerde met de aftrekbeperking zoals vastgelegd in artikel 8a, achtste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, geldend vanaf 1 januari 1997.
De inspecteur stelde dat deze beperking slechts van toepassing was op het deel van het boekjaar vanaf 1 januari 1997, terwijl voor het gedeelte daarvoor de oude regeling met een 25% aftrekbeperking gold. Hierdoor werd het totaal van niet-aftrekbare kosten hoger vastgesteld. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de forfaitaire beperking van ƒ 3.000 ook voor het gehele gebroken boekjaar zou moeten gelden.
Het hof oordeelde dat de winst over het gebroken boekjaar gesplitst moet worden conform de geldende regimes voor 1996 en 1997. De forfaitaire beperking van ƒ 3.000 geldt slechts voor het deel vanaf 1 januari 1997. De wetsgeschiedenis en het besluit van de Staatssecretaris van Financiën ondersteunen deze interpretatie. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting bevestigd.