ECLI:NL:GHAMS:2001:AD8294
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Brouwer
- Rechtspraak.nl
Toepassing fysieke aanwezigheid voor 183-dagenregeling in belastingverdrag met Nigeria
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, werkte in 1999 als kapitein op een sleepboot in de territoriale wateren van Nigeria. Hij verbleef fysiek 115 dagen in Nigeria, terwijl hij de overige dagen ziek of met verlof in Nederland doorbracht.
Het geschil betrof de uitleg van artikel 15 van Pro het belastingverdrag tussen Nederland en Nigeria, met name of belanghebbende de grens van 183 dagen fysieke aanwezigheid in Nigeria overschreed, waardoor zijn loon in Nigeria belastbaar zou zijn.
Het Hof volgt het OESO-modelverdrag en het bijbehorende commentaar dat sinds 1992 vereist dat de dagen van fysieke aanwezigheid in de werkstaat worden geteld. Omdat belanghebbende slechts 115 dagen fysiek in Nigeria verbleef, is de 183-dagenregeling niet overschreden.
Daarom wordt het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en wordt zijn loon slechts in Nederland belast. Het Hof veroordeelt geen partij in de proceskosten vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De uitspraak is gedaan door mr. Brouwer namens de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 23 oktober 2001.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat hij niet meer dan 183 dagen fysiek in Nigeria verbleef.