ECLI:NL:GHAMS:2001:AD8299
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggaaf belasting ex artikel 66a Wet op de inkomstenbelasting 1964 met betrekking tot bijzondere tarieven
Belanghebbende had in 1997 en 1998 winst uit aanmerkelijk belang die deels was belast tegen het bijzondere tarief van 25%. Hij verzocht teruggaaf van belasting over 1997 tot en met 1999 op grond van artikel 66a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, waarbij hij geen rekening hield met de naar het bijzondere tarief belaste inkomsten. De inspecteur wees dit verzoek af en handhaafde dit in bezwaar, stellende dat bij herrekening van de belasting uitsluitend het tabeltarief geldt.
Het geschil betrof de vraag of bij de berekening van de middelingsteruggaaf rekening moet worden gehouden met inkomensbestanddelen die naar het bijzondere tarief zijn belast. Het hof verwijst naar de duidelijke tekst van artikel 66a lid 4 Wet IB 1964 en de parlementaire geschiedenis, waaruit blijkt dat de herrekende belasting volgens het tabeltarief moet worden berekend, ongeacht het feit dat sommige baten oorspronkelijk tegen een bijzonder tarief zijn belast.
Het hof overweegt dat hoewel het bijzondere tarief vanaf 1997 breder is toegepast, de wetgever ervoor heeft gekozen de wet niet aan te passen. Dit vormt geen reden voor een ander oordeel. Belanghebbende wordt in het ongelijk gesteld en er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan op 7 december 2001 door het lid van de belastingkamer Van Loon.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de teruggaaf wordt berekend zonder rekening te houden met het bijzondere tarief.