ECLI:NL:GHAMS:2001:AD8302
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Voorlopige teruggaaf onterecht verleend door elektronische aangifte namens belanghebbende
Belanghebbende was in 1999 gehuwd maar leefde sinds november 1999 duurzaam gescheiden van haar echtgenoot. Op 30 maart 2000 werd op haar naam een elektronische aangifte inkomstenbelasting gedaan met gebruik van haar persoonlijke code, maar zonder haar medeweten door haar voormalige echtgenoot. Naar aanleiding hiervan verleende de inspecteur op 1 mei 2000 een voorlopige teruggaaf die op 20 april 2000 op de rekening van de echtgenoot werd bijgeschreven.
Belanghebbende verzocht later de aangifte nietig te verklaren en deed op 10 juli 2001 een nieuwe aangifte met een hoger belastbaar inkomen. De definitieve aanslag werd opgelegd en de voorlopige teruggaaf werd hiermee verrekend. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de verrekening en stelde dat de elektronische aangifte vals was en zonder haar toestemming was ingediend.
Het hof stelde vast dat de aangifte niet door of namens belanghebbende was gedaan en dat zij geen verzoek had ingediend voor de voorlopige teruggaaf. Hierdoor was de voorlopige teruggaaf ten onrechte verleend en mocht deze niet worden verrekend met de definitieve aanslag. Daarnaast oordeelde het hof dat de inspecteur terecht de aftrek van buitengewone lasten en giften had afgewezen wegens gebrek aan schriftelijke onderbouwing.
Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de inspecteur vernietigd, de aanslag gehandhaafd zonder verrekening met de voorlopige teruggaaf, en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige teruggaaf is onterecht verleend en mocht niet worden verrekend met de definitieve aanslag; het beroep wordt gegrond verklaard.