ECLI:NL:GHAMS:2001:AD8856
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Den Boer
- Faase
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht en woonplaatskwestie bij verkoop aandelen en verblijf in Tsjechië
Belanghebbende verkocht op 4 december 1996 alle aandelen in NBV en stelde dat hij op 20 oktober 1996 metterwoon naar Tsjechië was verhuisd. Hij huurde vanaf oktober 1996 woningen in Tsjechië en liet in december 1996 inboedel overbrengen. Desondanks bleef hij in Nederland verzekerd en hield bankrekeningen in meerdere landen aan.
De inspecteur stelde dat belanghebbende gedurende het gehele jaar 1996 in Nederland woonde en daarom binnenlands belastingplichtig was. Belanghebbende deed geen aangifte, waarop de aanslag ambtshalve werd vastgesteld. Het Hof beoordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde van een daadwerkelijke woonplaatsverandering naar Tsjechië. Hij verbleef geregeld in Nederland, had geen inschrijving in Tsjechië, geen Tsjechische belastingaangiften, en beperkte sociale contacten daar.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan zijn aangifte- en informatieverplichtingen en dat de sanctie van artikel 27e AWR terecht werd toegepast. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover de aanslag werd verminderd tot het juiste belastbare inkomen na dading. Belanghebbende bleef binnenlands belastingplichtig, waardoor het belastingverdrag met Tsjechië niet tot vrijstelling leidde.
De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor zover de aanslag is verminderd tot het juiste belastbare inkomen en belanghebbende wordt als binnenlands belastingplichtige aangeslagen.