ECLI:NL:GHAMS:2001:AE0914
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Belastingdeurwaarder mag kosten vervolging in rekening brengen na niet-betaling dwangbevel
Op 29 november 1999 heeft de belastingdeurwaarder aan belanghebbende acht aanslagbiljetten uitgereikt met een totaalbedrag van ruim 10 miljoen gulden, gevolgd door de betekening van acht dwangbevelen met een bevel tot onmiddellijke betaling. Belanghebbende is na deze betekening niet tot betaling overgegaan en heeft geen contact gezocht met de ontvanger.
Bij beschikking van 3 december 1999 heeft de belastingdeurwaarder kosten van vervolging van 15.097 gulden in rekening gebracht. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze kosten, stellende dat niet voldaan was aan de Leidraad Invordering 1990 en dat de aanslagbiljetten geen aanduiding bevatten over versnelde invordering.
Het hof oordeelt dat belanghebbende in gebreke is gebleven met betaling en dat de deurwaarder gerechtigd was de kosten van vervolging in rekening te brengen. Het ontbreken van een schriftelijke mededeling over versnelde invordering doet hieraan niet af, nu na betekening van de dwangbevelen geen misverstand kon bestaan over de betalingsverplichtingen.
Het hof verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan op 18 december 2001 door mr. Boersma, in aanwezigheid van mr. Brands als griffier.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de belastingdeurwaarder kosten van vervolging mag rekenen na niet-betaling van het dwangbevel.