ECLI:NL:GHAMS:2001:AE9582
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Heuveling van Beek
- Willems-Morsink
- Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onrechtmatig beheer en benadeling schuldeisers
Appellant X. stelde dat geïntimeerde Y. niet te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden en onvoldoende informatie had verstrekt bij de schuldsaneringsaanvraag. Dit betrof met name een bedrag van f.370.129,78 dat Y. in 1997 contant had opgenomen van een maritaal beslagen rekening en niet had gerestitueerd.
De rechtbank wees het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling af omdat deze feiten bij toelating bekend waren en er geen nieuwe omstandigheden waren. Het hof oordeelde echter dat Y. nog steeds de beschikking had over het onrechtmatig opgenomen bedrag en daarmee zijn schuldeisers benadeelde door dit buiten de regeling te houden.
Het hof stelde vast dat Y. zijn stelling dat het bedrag was vergokt niet aannemelijk had gemaakt en dat eerdere uitspraken van de rechtbank en het hof in 's-Hertogenbosch dit bevestigden. De schuldeisers hadden ook verklaard dat zij niet aannemelijk achtten dat het geld was vergokt.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en beëindigde de schuldsaneringsregeling, verklaarde Y. in staat van faillissement en benoemde een curator en rechter-commissaris voor verdere afhandeling.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van Y. wordt beëindigd en hij wordt in staat van faillissement verklaard.