ECLI:NL:GHAMS:2001:AE9587
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Heuveling van Beek
- Willems-Morsink
- Joosten
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en toewijzing wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks overschrijding beroepstermijn
Appellante X. had een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend, dat door de rechtbank was afgewezen vanwege gegronde vrees dat zij haar verplichtingen niet zou nakomen. X. stelde hoger beroep in, maar deed dit na de wettelijke termijn van acht dagen. Het hof oordeelde dat de overschrijding verschoonbaar was gezien haar persoonlijke omstandigheden, waaronder het vluchten uit huis vanwege mishandeling en het ontbreken van juridische bijstand in eerste aanleg.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat X. inmiddels gescheiden woonde van haar echtgenoot Y., met wie zij buiten gemeenschap van goederen was gehuwd. Ook was de aansprakelijkheid van X. voor schulden van Y. opgeheven. Het hof nam deze feiten mee in haar beoordeling en concludeerde dat de eerdere vrees van de rechtbank niet langer gegrond was.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde alsnog de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing voor X. De zaak werd verwezen naar de rechtbank voor verdere voortzetting met inachtneming van de overwegingen in het arrest. Hiermee kreeg X. de mogelijkheid om haar schulden te saneren onder begeleiding, mede dankzij ondersteuning van een bewindvoerder en maatschappelijke instanties.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant ontvankelijk ondanks overschrijding van de beroepstermijn en wijst de wettelijke schuldsaneringsregeling alsnog toe.