ECLI:NL:GHAMS:2001:AE9590
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Heuveling van Beek
- Willems-Morsink
- Joosten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling bij ontbreken medewerking echtgenoot in gemeenschap van goederen
Appellant X. heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank Amsterdam. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat het verzoekschrift niet was medeondertekend door zijn echtgenote Y., met wie hij in gemeenschap van goederen is gehuwd.
Volgens artikel 284 derde Pro lid van de Faillissementswet kan een gehuwd schuldenaar een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling alleen indienen met medewerking van zijn echtgenoot, tenzij de gemeenschap van goederen is uitgesloten. Daarnaast vereist artikel 285 Faillissementswet Pro een gespecificeerde opgave van de inkomsten en vaste lasten van de echtgenoot, welke niet was verstrekt.
Hoewel appellant stelde dat het huwelijk mogelijk een schijnhuwelijk betreft en dat een echtscheidingsprocedure loopt, is niet gebleken dat het huwelijk nietig is verklaard. Het hof oordeelt daarom dat het verzoek niet voldoet aan de wettelijke vereisten en verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens ontbreken van medewerking van zijn echtgenote.