ECLI:NL:GHAMS:2001:AK8617
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- Th.J.G. van Berkum
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navordering douanerechten wegens onjuiste toepassing vrijstellingsvergunning passieve veredeling
Belanghebbende, een besloten vennootschap, beschikte over een vergunning passieve veredeling voor bepaalde stoffen die tijdelijk werden uitgevoerd en verwerkt in het buitenland. Bij invoer van de veredelde kleding werd vrijstelling van douanerechten toegepast. Tijdens controle bleek dat voor een aantal aangiften linnenweefsels waren gebruikt die niet onder de vergunning vielen.
De inspecteur wees het bezwaar van belanghebbende tegen de navordering van douanerechten af omdat terugwerkende kracht van de vergunning niet mogelijk was en de vrijstelling onterecht was toegepast. Belanghebbende stelde dat zij te goeder trouw was en dat de douaneambtenaren de fout niet tijdig hadden onderkend.
De Tariefcommissie oordeelde dat de vrijstellingsopneming en verificatie van de aangiften samen moeten worden beoordeeld. Hoewel sprake was van een vergissing van de douaneautoriteiten, kon belanghebbende deze fout redelijkerwijs ontdekken gezien haar kennis van de vergunning. Daarom blijft de navordering in stand.
De commissie wees proceskosten af en bevestigde het besluit van de inspecteur. De zaak werd in raadkamer behandeld en het vonnis is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2001.
Uitkomst: De navordering van douanerechten blijft in stand omdat de vrijstelling onterecht werd toegepast op niet in de vergunning opgenomen goederen.