ECLI:NL:GHAMS:2001:AN4695
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.W.M. Tijnagel
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Indeling van glasvezelversterkte kunststofplaten onder het Gemeenschappelijk Douanetarief
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde glasvezelversterkte kunststofplaten in en gaf deze aan onder post 7019 39 90 van het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT). De inspecteur classificeerde de goederen echter onder post 3921 90 60, wat leidde tot een hoger douanerecht en een uitnodiging tot betaling van meer verschuldigde rechten.
De Tariefcommissie onderzocht de samenstelling en eigenschappen van het product. Het betrof stijve platen vervaardigd uit drie lagen kunststof met daartussen glasvezelmatten, waarbij glasvezels 40% van het gewicht en een groter volumepercentage innemen dan de kunststof. De glasvezels bepalen de kenmerkende eigenschappen zoals sterkte, slagvastheid en chemische bestendigheid, terwijl de kunststof voornamelijk als bindmiddel dient.
Belanghebbende stelde dat het wezenlijk karakter van het product door de glasvezels wordt bepaald en verwees naar jurisprudentie over het bepalen van het wezenlijk karakter bij samengestelde goederen. De inspecteur betoogde dat het product kunststofplaten zijn versterkt met glasvezels en daarom onder post 3921 moesten vallen.
De commissie oordeelde dat de glasvezels bepalend zijn voor het gebruik en de eigenschappen van het product en dat de kunststof slechts bindmiddel is. Daarom moet het product volgens de algemene indelingsregels 2b en 3b worden ingedeeld onder post 7019 39 90. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht aan belanghebbende worden vergoed.
Uitkomst: De goederen worden ingedeeld onder post 7019 39 90 van het GDT, met veroordeling van de inspecteur in proceskosten.