ECLI:NL:GHAMS:2001:AN7300
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- H.J. Bokhorst
- Th.J.G. van Berkum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging douaneschuld wegens niet-aanbrengen goederen bij kantoor van bestemming
Belanghebbende heeft een personenauto aangemeld voor extern communautair douanevervoer naar Polen, maar het kantoor van bestemming heeft gemeld dat de auto en het douanedocument T1 niet zijn aangebracht. Belanghebbende overlegt een Poolse kentekenbewijs als bewijs van aflevering, maar dit voldoet niet aan de wettelijke bewijsvereisten.
De Tariefcommissie stelt vast dat ingevolge artikel 96 CDW Pro de aangever verplicht is de goederen ongeschonden bij het kantoor van bestemming aan te brengen en de bepalingen van het communautair douanevervoer na te leven. Omdat het bewijs van regelmatigheid niet volgens artikel 380 UCDW Pro is geleverd, is het douanevervoer niet correct beëindigd.
Belanghebbende beroept zich op artikel 859 UCDW Pro dat een verzuim zonder werkelijke gevolgen kan zijn, mits aan voorwaarden is voldaan. Dit is echter niet aangetoond. Daarom is op grond van artikel 203 CDW Pro een douaneschuld ontstaan waarvoor belanghebbende als schuldenaar wordt aangemerkt.
De Tariefcommissie wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak van de inspecteur. Er worden geen proceskosten toegekend. De beslissing is op 27 december 2001 in raadkamer genomen.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen en de douaneschuld wordt bevestigd.