ECLI:NL:GHAMS:2002:AD9214
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Vermindering successierechten wegens niet-belasting van uitkering risicoverzekering
Belanghebbende maakte beroep tegen een aanslag successierechten opgelegd naar aanleiding van het overlijden van haar broer, de erflater. De inspecteur had de verkrijging van belanghebbende verhoogd met een bedrag dat samenhing met een uitkering uit een risicoverzekering, die in samenhang stond met een lijfrentepolis van de erflater.
Het geschil betrof de vraag of deze uitkering uit hoofde van artikel 13 van Pro de Successiewet 1956 in de heffing van het recht van successie moest worden betrokken. De inspecteur stelde dat de erflater meer premie had betaald dan zonder samenhang met de risicoverzekering het geval zou zijn geweest, en dat daardoor vermogen van de erflater was onttrokken.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur geen aannemelijk bewijs had geleverd dat de koopsom van de lijfrentepolis ook een vergoeding bevatte voor de risicoverzekering en dat de koopsom marktconform was. De samenhang tussen de verzekeringen bracht niet automatisch mee dat de erflater voor de risicoverzekering had betaald. Ook de inspecteur's stelling dat de erflater de verzekering had afgesloten om de successiewet te ontlopen werd verworpen.
Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur, en verminderde de aanslag tot een bedrag exclusief de uitkering uit de risicoverzekering. Tevens werd belanghebbende in de proceskosten van het beroep voorzien.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag successierechten verminderd tot een verkrijging van ƒ 561.372.