ECLI:NL:GHAMS:2002:AD9548
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Goes
- mr. Couperus
- Rechtspraak.nl
Belastingaftrek buitengewone lasten voor studiekosten neef niet als pleegkind
Belanghebbende deed beroep tegen een aanslag inkomstenbelasting 1998 waarbij de inspecteur de aftrek van buitengewone lasten voor uitgaven ten behoeve van zijn bij hem inwonende neef weigerde. De neef, 27 jaar oud, studeerde in Nederland en had eigen inkomsten. Belanghebbende stelde dat de neef als pleegkind moest worden beschouwd en subsidiair dat de uitgaven dienden als ondersteuning van de in Suriname woonachtige vader.
Het hof oordeelde dat de neef niet als pleegkind kon worden aangemerkt omdat hij op 24-jarige leeftijd bij belanghebbende introk en de opvoeding eerder had plaatsgevonden. De taak van belanghebbende was meer coördinerend dan opvoedend. Wel werd geoordeeld dat de uitgaven als ondersteuning van de vader konden worden gezien, die financieel niet in staat was de studie van zijn zoon te bekostigen.
Het hof stelde vast dat belanghebbende bancair een bedrag van ƒ 7.232 had uitgegeven dat nodig was voor de universitaire studie van de neef. Gratis kost en inwoning waren niet aftrekbaar omdat uitgaven in geld moeten zijn gedaan. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 49.580 en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 49.580.