ECLI:NL:GHAMS:2002:AD9766
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van aanslag inkomstenbelasting 1991 bij ontbreken vereiste aangifte
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak van de inspecteur inzake een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 1991, waarbij de aanslag ambtshalve was vastgesteld wegens het niet tijdig doen van aangifte. De inspecteur had het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard omdat de aangifte niet was gedaan.
Tijdens het geding is vastgesteld dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. De inspecteur heeft het belastbare inkomen ambtshalve vastgesteld op ruim 4,9 miljoen gulden, gebaseerd op een rapport-F en eerdere strafrechtelijke veroordeling wegens deelname aan een criminele organisatie. Belanghebbende betwistte de juistheid van de aanslag en stelde dat het aangiftebiljet niet op het juiste adres was ontvangen.
Het hof oordeelt dat het aangiftebiljet terecht is verzonden naar het toenmalige woonadres van belanghebbende en dat niet is aangetoond dat de aangifte is ingediend. De aanslag wordt daarom gehandhaafd. Wel verklaart het hof het bezwaar ontvankelijk en vernietigt de uitspraak van de inspecteur. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, rekening houdend met het beperkte gelijk van belanghebbende en diens detentie tijdens het geding.
Uitkomst: Het bezwaar wordt ontvankelijk verklaard, de uitspraak van de inspecteur wordt vernietigd, de aanslag gehandhaafd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.