ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0068
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt toepassing verzendtheorie bij tijdige aangifte inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft voor het jaar 1997 aangifte gedaan middels een T-biljet, verzorgd door een belastingadviseur, dat volgens stempel op 3 januari 2001 door de Belastingdienst is ontvangen. Belanghebbende stelt dat het biljet op of omstreeks 28 december 2000 ter post is bezorgd en beroept zich op de verzendtheorie, terwijl de inspecteur de ontvangsttheorie hanteert en daarom geen aanslag oplegt.
Het Hof stelt vast dat de verzendtheorie, waarbij het tijdstip van ter post bezorging bepalend is, ook van toepassing is op de aangifte op verzoek zoals bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Dit volgt uit een interpretatie van artikel 20 van Pro de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994.
Omdat het T-biljet tijdig ter post is bezorgd, oordeelt het Hof dat de aangifte tijdig is gedaan en verklaart het beroep gegrond. Het Hof vernietigt de eerdere uitspraak, gelast de inspecteur een aanslag vast te stellen en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten. Tevens wordt het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat de aangifte tijdig is gedaan volgens de verzendtheorie en gelast de inspecteur een aanslag vast te stellen.