ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0080
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Haentjens
- Den Ottolander
- Wiarda
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Utrecht vernietigd. De zaak betrof een strafzaak waarin de verdachte werd beschuldigd van feiten zoals vermeld in de dagvaarding. Na bestudering van het dossier en de behandeling op de terechtzitting heeft het hof geoordeeld dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kon worden.
De verdachte werd daarom vrijgesproken van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Tevens werd de benadeelde partij, die een schadevordering van ƒ 3000,- had ingediend, niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tegen de verdachte. Daarnaast werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven.
De uitspraak is gedaan door de tweede meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 maart 2002. Een van de rechters, mr. Wiarda, was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.