ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0296
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Bijl
- M. Vrouwenvelder
- J. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslagen vermogensbelasting wegens onjuiste heffing en bevestiging navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende, werkzaam bij een bank en houder van een vermogen in een Liechtensteinse Anstalt, betwistte navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premieheffing volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1988 tot en met 1991. Het Hof oordeelde dat het vermogen van de Anstalt aan belanghebbende moet worden toegerekend vanwege zijn beschikkingsbevoegdheid en het karakter van het Beistatut. Belanghebbende had de vereiste aangifte niet gedaan, waardoor de inspecteur de belastbare inkomens in redelijkheid mocht schatten.
De inspecteur had navorderingsaanslagen premieheffing volksverzekeringen 1988 en 1989 onterecht vastgesteld voordat de inkomstenbelasting definitief was vastgesteld, wat in strijd was met de toen geldende wetgeving. Deze uitspraken werden vernietigd. Daarnaast werden de navorderingsaanslagen vermogensbelasting 1990 en 1991 vernietigd omdat deze onterecht waren opgelegd. Het beroep werd in zoverre gegrond verklaard.
Het Hof wees verzoeken tot uitstel af vanwege het ontbreken van nieuwe stukken en concludeerde dat belanghebbende geen onderneming uitoefende. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten, en het gestorte griffierecht werd aan belanghebbende vergoed. Het beroep tegen de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premieheffing werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de navorderingsaanslagen vermogensbelasting 1990 en 1991 en deze worden vernietigd; de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premieheffing worden bevestigd.