ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0301

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01/1111
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Bijl
  • Van de Merwe
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen naheffingsaanslag omzetbelasting ontvankelijk, aanslag gehandhaafd

Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen en omzetbelasting over het tijdvak van oktober 1998 tot mei 2000. Het hof oordeelde dat de brief van belanghebbende, waarin onvrede met de aanslagen werd geuit, als bezwaarschrift moest worden aangemerkt voor de omzetbelasting, waardoor belanghebbende ontvankelijk was in zijn bezwaar.

De bezwaren tegen de naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen werden echter niet tijdig ingediend, waardoor belanghebbende niet-ontvankelijk werd verklaard. Er waren geen gronden om aan te nemen dat de aanslagen of de boete voor de omzetbelasting te hoog waren, zodat deze aanslag werd gehandhaafd.

Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende. De uitspraak werd op 14 februari 2002 mondeling gedaan en bevestigt de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag loonbelasting, maar vernietigt de uitspraak over de omzetbelasting vanwege ontvankelijkheid van het bezwaar.

Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond, handhaaft de naheffingsaanslag loonbelasting en omzetbelasting, maar vernietigt de uitspraak over de omzetbelasting vanwege ontvankelijkheid van het bezwaar.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
Vierde Enkelvoudige Belastingkamer
PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak in het beroep van X te Z, belanghebbende,
tegen
twee uitspraken van het hoofd van de Belastingdienst P, de inspecteur, gedagtekend 28 februari 2001, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen over het tijdvak 1 oktober 1998 tot en met 31 mei 2000, en gedagtekend 9 maart 2001, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting over hetzelfde tijdvak.
Het beroep is behandeld ter zitting van 31 januari 2002.
Beslissing
Het Hof:
- verklaart het beroep gegrond;
- bevestigt de bestreden uitspraak met betrekking tot de naheffingsaanslag loon-belasting/premie volksverzekeringen;
- vernietigt de bestreden uitspraak met betrekking tot de omzetbelasting;
- verklaart belanghebbende ontvankelijk in zijn bezwaar tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting;
- handhaaft de naheffingsaanslag omzetbelasting;
- gelast de Staat het gestorte griffierecht ad ƒ 225 (€ 102,10) aan belanghebbende te vergoeden; en
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een beloop van € 322 en wijst de Staat aan dit bedrag aan belanghebbende te voldoen.
Gronden
1. Bij brief van 5 september 2000, door de inspecteur ontvangen op 9 september 2000, schrijft de toenmalige gemachtigde van belanghebbende, A, aan de inspecteur onder meer het volgende:
" Betreft: Verzoek tot uitstel van betaling inzake aanslagnummer 0779.20.053.A010500/F010501 t.n.v. X.
(…)
Bovenstaande aanslagen zijn derhalve ambtshalve opgelegd en waarschijnlijk niet evenredig met de daadwerkelijke aangiften.
Daar niet bekend is of deze aanslagen terecht zijn en de administratie niet verwerkt is de heer X niet in staat is deze aanslagen ineens te voldoen, wij verzoeken u dan ook ons in de gelegenheid te stellen de administratie alsnog te verwerken, opdat de aangifte volgens de verwerkte administratie kan worden gedaan. "
2. De in geding zijnde naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen is gedagtekend 20 juli 2000. Niet gesteld of aannemelijk geworden is dat de dag van dagtekening ligt voor de dag van de bekendmaking. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigt derhalve met (donderdag) 31 augustus 2000. De hiervoor onder 1 vermelde brief is niet ontvangen voor het einde van de termijn en evenmin binnen een week na afloop van de termijn. Het is derhalve geen tijdig ingediend bezwaarschrift. Er zijn geen omstandigheden gesteld of aannemelijk geworden die aanleiding zouden kunnen zijn voor het oordeel dat de indiener niet in verzuim is geweest. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard in zijn bezwaar tegen de naheffingsaanslag loon-belasting/premie volksverzekeringen.
3. De inspecteur stelt dat de hiervoor onder 1 aangehaalde brief niet kan gelden als een bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting, maar slechts als een verzoek om uitstel van betaling. Naar het oordeel van het Hof blijkt uit de bedoelde brief onvrede met de opgelegde naheffingsaanslag, zodat zij dient te worden aangemerkt als een bezwaarschrift. Nu evenbedoelde brief, naar niet in geschil is, voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen, is belanghebbende ontvankelijk in zijn bezwaar. Reeds hierom moet de bestreden uitspraak met betrekking tot de omzetbelasting worden vernietigd.
4. Belanghebbende heeft geen grieven geuit tegen de hoogte van de in geding zijnde naheffingsaanslag omzetbelasting en evenmin tegen de gelijktijdig daarmee opgelegde boete. Ook anderszins is niet aannemelijk geworden dat deze naheffingsaanslag of deze boete tot te hoge bedragen zijn opgelegd. Het Hof zal de naheffingsaanslag dan ook handhaven.
Proceskosten
Nu het beroep gegrond is, veroordeelt het Hof de inspecteur in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt het Hof het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage van het Besluit opgenomen tarief op: 1 (proceshandelingen: beroepschrift) ´ 1 (wegingsfactor gewicht van de zaak) ´ € 322, ofwel € 322.
De uitspraak is gedaan op 14 februari 2002 door mr. Bijl, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Van de Merwe als griffier. De beslissing is op dezelfde dag ter openbare zitting uitgesproken.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal door het lid van de belastingkamer en de griffier ondertekend.
Het Hof heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van het proces-verbaal in geanonimiseerde vorm.
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is een griffierecht verschuldigd. Na het verzoek tot vervanging ontvangt U van de griffier een nota griffierecht.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het Gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.