ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0306
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Bijl
- M. Vrouwenvelder
- R. Van Hilten
- Rechtspraak.nl
Levering van hennepstekken is onderworpen aan omzetbelasting omdat zij geen verdovende middelen zijn
Belanghebbende exploiteerde een handel in tuin- en kweekbenodigdheden, waaronder de verkoop van hennepstekken. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat voor deze leveringen geen belasting was voldaan.
Het geschil betrof de vraag of de levering van hennepstekken was vrijgesteld van omzetbelasting omdat zij zouden kwalificeren als verdovende middelen. Belanghebbende stelde dat de hennepstekken, vanwege het hoge THC-gehalte en het gebruik van de bladeren, wel degelijk als verdovende middelen moesten worden aangemerkt en dat de levering daarom niet belastbaar was.
Het Hof volgde het arrest van de Hoge Raad (BNB 2001/193) waarin werd vastgesteld dat hennepstekken zelf geen verdovende middelen zijn, ook al kunnen zij worden gebruikt om verdovende middelen te produceren. Het Hof vond niet aannemelijk dat de hennepstekken zelf bestemd waren voor gebruik als verdovend middel. Daarom is de levering van hennepstekken belast met omzetbelasting.
De naheffingsaanslag werd verminderd tot ƒ 55.607. De proceskosten werden niet toegewezen omdat belanghebbende daarvan afzag. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting op de levering van hennepstekken wordt verminderd tot ƒ 55.607 omdat deze onderworpen is aan omzetbelasting.