ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0915
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Boersma
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privégebruik auto door directeur-aandeelhouder voor inkomstenbelasting
Belanghebbende en zijn broer zijn directeuren en aandeelhouders van een BV die een autoschadeherstelbedrijf exploiteert. De BV stelde een personenauto ter beschikking die door beiden werd gebruikt, waarbij 20% van de cataloguswaarde van de auto bij ieder van hen als belastbaar inkomen werd gerekend.
Belanghebbende voerde aan dat de auto minder dan 1000 kilometer per jaar privé werd gebruikt, waardoor het bedrag niet in aanmerking zou moeten worden genomen volgens artikel 42 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Hij overlegde diverse huur/bruikleenovereenkomsten, facturen en handmatig ingevulde rittenlijsten.
Het hof oordeelde dat deze stukken onvoldoende inzicht geven in het daadwerkelijke privégebruik, mede doordat de rittenlijsten globaal waren en essentiële details ontbraken. Ook werd het beroep op rechtsbescherming in de bezwaarfase verworpen wegens gebrek aan bewijs.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag gehandhaafd. Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd op 28 maart 2002 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 wordt ongegrond verklaard.