ECLI:NL:GHAMS:2002:AE0918
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Vrouwenvelder
- Van de Merwe
- Goedhart
- Rechtspraak.nl
Hof vermindert verzuimboete wegens niet tijdige aangifte inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende diende zijn aangifte inkomstenbelasting over 1998 niet tijdig in, waarop de inspecteur een verzuimboete oplegde van f 250. De inspecteur baseerde deze boete op vermeende eerdere verzuimen in 1996 en 1997, waarbij sprake zou zijn van een derde verzuim. Tijdens de zitting trok de inspecteur het standpunt over het verzuim in 1997 in en stelde dat dit niet meetelt omdat er toen geen boete was opgelegd.
Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs leverde dat in 1996 een boete was opgelegd en dat de systematiek van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst vereist dat alleen verzuimen met opgelegde boetes meetellen voor de verzuimenreeks. Bovendien mocht de inspecteur geen gevolgen verbinden aan eerdere verzuimen zonder belanghebbende daarvan op de hoogte te stellen.
Belanghebbende voerde aan dat psychische problemen de late indiening veroorzaakten, maar leverde geen bewijs. Het hof concludeerde dat sprake was van een eerste verzuim en stelde de boete vast op f 50 (€ 22,69). Proceskosten werden niet toegewezen omdat geen kosten waren gesteld.
De uitspraak werd op 27 februari 2002 mondeling gedaan door het hof, waarbij belanghebbende niet aanwezig was ondanks oproep.
Uitkomst: De verzuimboete voor 1998 wordt verminderd tot € 22,69 omdat eerdere verzuimen niet meetellen zonder kennisgeving aan belanghebbende.